Ons zevende huisje was niet zo bijzonder, we zaten eigenlijk in een soort van garage haha. Alle reden om weer snel op pad te gaan, we stonden de volgende morgen dan ook al om 06.00 uur ’s ochtends op! En dat alles om op jacht te gaan naar puffins, maar die waren na twee pogingen echt nergens te bekennen. Ik denk dat we toch niet in het juiste seizoen waren…nog meer reden om terug te gaan. Sowieso wil ik nog een keer in het voorjaar, want hallo al die lupinevelden, zo gaaf!
Onze jacht begon echter wel op een mooie plek, Kaap Dyrhólaey. Wist je dat dit heel toepasselijk, deurgat betekent? De rotsen worden omgeven door zwarte stranden en in ons geval ook regenbogen, dit was namelijk ook de eerste dag dat het weer wat slechter was.



Goed en wel twee minuten onderweg naar de volgende locatie gooiden we onze Jeep alweer aan de kant, want door het regenachtige weer was er een hele mooie regenboog tevoorschijn gekomen. De pot met goud aan het einde hebben we niet gevonden, maar dat was ook niet nodig want de zon kleurde het landschap zelf in een gouden gloed.
P.S. dit is zoo slecht voor mijn reishart, als het zou kunnen zou ik vanmiddag nog het vliegtuig pakken. Bij het terug zien van al deze foto’s…

Door naar de volgende locatie dus: de zwarte stranden (Reynisfjara) bij Vík en de bijbehorende basaltformatie Hálsanefshellir. Bij aankomst op het strand word je met heel veel borden gewaarschuwd voor de bijzonder sterke en onvoorspelbare golven, een gewaarschuwd mens… er zijn al heel wat mensen verdronken op dit strand.
Op het strand dus een basaltformatie, in het water voor het strand zwarte basaltzuilen van ruim 60 meter hoog. En ook al was het een dag waarbij het weer nog het meest leek op de Nederlandse zomer, wij hadden geluk. Op het moment dat wij over het strand struinden was het heerlijk zonnig, maar op het moment dat wij uitgekeken waren en een bakkie pleur naar binnen gooiden kwam de regen met bakken uit de hemel.


Je kunt hier met gemak een paar uur over het zwarte strand struinen. Vooral als je een zus hebt zoals die van mij, alles glinstert op dit strand, dus een paradijs voor haar eksterogen haha ♥ Je vindt er de meest mooi gevormde stenen, allemaal door de natuur geslepen, zo ook onderstaand hart (waarschijnlijk ook gespot door mijn zus, want oog voor detail, I learned from the best). Ja toch, met een beetje fantasie? Oja en natuurlijk moesten we even een cliché foto maken op die basaltformatie.





Bij de volgende locatie hadden we in eerste instantie iets minder geluk met het weer, vooral op de terugweg liepen we door de stromende regen. Maar hè dan komen die regenjassen toch nog van pas! De eindbestemming: de minder bekende Kvernufoss. Een verborgen waterval in de buurt van de ontzettend toeristische Skógafoss. De route naar deze waterval had ik gevonden op een reisblog en is meer dan de moeite waard. Je kunt ook achter deze waterval lopen, dat hebben wij echter niet gedaan aangezien het nogal glad was op de stenen door de regen. Een echte hidden gem dit :)


Van een afstandje hebben we nog even een snelle click & go foto gemaakt van de Skógafoss, afgevinkt haha.

Aan het begin van deze post zei ik al dat we twee pogingen hebben gedaan om die verrekte puffins te vinden. ’s Ochtends vroeg en ’s avonds tegen de schemer nog een keer. Helaas zonder resultaat, maar we hebben nog wel een bijzonder natuurverschijnsel meegepakt: lenticularis wolken, ook wel lenswolken. Super mooi!




En zo kwam er een einde aan een dagje heen en weer rijden tussen puffin-spot-punten. De volgende dag hield het slechte weer aan dus hebben we het Lava Centre bezocht, een museum over vulkanen en aardbevingen. Interessant! Ook kwam het einde van onze reis nu wel steeds dichterbij. Ons laatste huisje lag vlakbij Reykjavik en dus hebben we ’s middags voor de tweede keer tijdens onze roadtrip lekker buiten de deur gegeten.











